Nu Halloween voor de deur staat, is het de perfecte tijd om eens in de donkerste krochten van onze servers te duiken en wat skeletten uit de kast te halen. Laten we eerlijk zijn: ontwerpers zijn soms onverbeterlijke perfectionisten. We krijgen spontaan fantoompijn als iemand aan onze perfect afgemeten witruimte komt en we breken uit in koud zweet als iemand voorstelt om toch maar voor Comic Sans te gaan. Maar we weten maar al te goed: een logo is geen kunstwerk voor in een museum. Het moet werken. Het moet jouw zaak doen groeien.
Toch hebben we allemaal een verborgen mapje op de server vol gesneuvelde pareltjes. De concept_1_geniaal.ai's waarvan we wisten: die kruisboog staat goed gespannen.
Hoe komt het dan toch dat zo'n topconcept na een paar weken overleggen soms verandert in een inspiratieloos compromis?
Niet uit kwade wil. Wel omdat het ontwerpproces vol psychologische valkuilen zit waar we (ontwerpers én klanten) heel makkelijk intrappen. Een kleine autopsie van de meest voorkomende doodsoorzaken aan de vergadertafel, en hoe we ze samen vakkundig ontwijken.
Je bent aannemer, maar je renoveert ook daken, legt zonnepanelen, biedt een 24/7 hersteldienst aan en duurzaamheid is belangrijk! De verleiding is groot om dat allemaal in je beeldmerk te proppen: een baksteen, een dakpan, een lachend zonnetje, een klokje én een groen blaadje.
Maar een logo is geen uittreksel uit de Kruispuntbank van Ondernemingen. Niemand kijkt naar de swoosh van Nike en denkt: "Maar... waar is de loopschoen in deze veeg?" Een sterk logo hoeft niet uit te leggen wat je exact doet, het zorgt er gewoon voor dat mensen onthouden wie je bent.
Less is écht more.
Dit is de meest menselijke valkuil van allemaal, maar hij kan je merk als een klopgeest blijven achtervolgen: we bekijken de dingen door onze eigen bril. Maanden, weken, dagen aan strategische positionering en doelgroepanalyses sneuvelen soms in een paar seconden door één dodelijke opmerking: "Goh, ik zie eigenlijk liever blauw, en de buurman vindt dat donkerrood iets te veel aan zijn kettingzaag doet denken."
Op dat moment ontwerpen we plots niet meer om jouw ideale klant te overtuigen, maar zijn we Casper het vriendelijke spookje aan het oproepen, puur om de séance te plezieren. Laat je project niet bezeten raken door persoonlijke voorkeuren. Je merk is er voor je doelgroep, niet als decoratie voor je eigen martelkamer.
We moeten onszelf altijd de vraag blijven stellen: wat vindt jouw klant hiervan?
"We vinden het icoontje van voorstel A echt fantastisch! Kunnen we dat combineren met het lettertype van voorstel B, in de kleuren van voorstel C?"
We snappen de gedachte, maar in de praktijk is dit het recept voor een visueel monster. Het is alsof je de kop van een herdershond op het lijf van een goudvis naait met de poten van een struisvogel. Een sterk logo is een zorgvuldig uitgebalanceerd ecosysteem.
Ga je stukken losknippen en door elkaar mixen, dan verdwijnt de synergie en breng je je eigen Frankenstein tot leven.
Soms slaan we bij culd. meteen de nagel op je kop. Het allereerste concept is ronduit perfect. Jammer genoeg is dat voor sommige klanten psychologisch heel moeilijk te verteren. De nagel begint spontaan te roesten in al dat breinvocht. Je betaalt een mooi vast bedrag, dus je brein zegt: "Deze processie van Echternach moet tergend traag en moeizaam verlopen, anders krijg ik geen waar voor mijn geld."
Zo wurg je soms het krachtigste idee.
Iedereen in je team is enthousiast en wil zijn steentje bijdragen. Top! Maar als een ontwerp langs vijf afdelingen en drie managementlagen moet voor goedkeuring, krijg je al snel een typisch Belgisch compromis. In een poging om de kerk mooi in het midden te houden, schuren we alle onderscheidende, scherpe randjes er één voor één af. Tot iedereen ermee kan leven.
Gefeliciteerd: we hebben zojuist een allemansvriend gecreëerd waar niemand echt tegen is, maar waar ook niemand echt warm van wordt.
Nu komen we in Elm Street, best dat we hier niet te veel over uitweiden om nachtmerries te voorkomen. De titel zegt meer dan genoeg.
Als je deze grote verdwijntruc bovenhaalt, gaat de legende dat je concept gedoemd is om te mislukken en Freddy Krueger je blijft achtervolgen in je dromen tot je project vakkundig een kopje kleiner wordt gemaakt.
Na bijna 20 apocalyptische jaren kennen we bij culd. deze valkuilen als onze broekzak:
Vertel ons: "We zijn bang dat dit te strak is voor onze jonge doelgroep", in plaats van: "Gebruik het lettertype Monstrosity". Zo kunnen wij doen waar we goed in zijn.
Een sterk merk is geen democratie. Bepaal op voorhand wie de finale beslissingsbevoegdheid heeft (maximaal twee mensen met een duidelijke visie die nog niet door een zombie gebeten zijn).
Een sterk concept voelt in het begin altijd een beetje spannend. Die scherpe weerhaak zorgt er net voor dat het blijft hangen.
Trek een pintje open, steek de vlam in je BBQ en knal "Song For The Dead" door je boxen.
Open communicatie is de beste remedie tegen spoken in het hoofd. Twijfel je ergens over? Gooi het op tafel vóór je concept onder de zoden ligt.
culd. is de exorcist die al jouw demonen verjaagt. We hebben Comic Sans alvast preventief begraven met een houten staak door het hart.